Lanepark Lanepark
Spaargeld en belasting

Hoeveel spaargeld mag u hebben voordat u belasting betaalt?

Anna van Leeuwen · 22 oktober 2026
Hoeveel spaargeld mag u hebben voordat u belasting betaalt?

Tot 57.684 euro per persoon betaalt u in 2025 geen box 3 heffing. Ik reken door wat u daarboven kwijt bent bij 100.000 en 200.000 euro, en waar toeslaggrenzen u raken.

Een verpleegkundige in Groningen heeft na tien jaar sparen 82.000 euro op haar rekening staan. In de vooraf ingevulde aangifte ziet ze een bedrag bij box 3 en vraagt ze zich af of ze iets moet afdragen. Ze tikt in "hoeveel spaargeld mag ik hebben?". Het antwoord is voor 2025 een heffingsvrij vermogen van 57.684 euro per persoon. Over het deel daarboven rekent de Belastingdienst een fictief rendement uit en dat wordt belast. Bij 82.000 euro komt dat neer op ongeveer 126 euro per jaar.

Dat valt mee. Maar het bedrag loopt snel op naarmate het vermogen groeit, en wie toeslagen ontvangt, kan bij een bepaalde grens ineens veel meer kwijt zijn dan de belasting zelf. Hieronder zet ik de regels, de rekensom en die grenzen naast elkaar.

Hoeveel spaargeld mag u hebben binnen het heffingsvrij vermogen in box 3

In belastingjaar 2025 is de eerste 57.684 euro van uw vermogen per persoon vrijgesteld van box 3. Een stel dat fiscaal partner is, heeft dus samen 115.368 euro vrij. Alles daarboven valt in de heffing.

Wat telt precies mee? Spaargeld op betaal- en spaarrekeningen, beleggingen, crypto, een tweede woning en geld dat u uitleent aan familie. Uw eigen woning telt niet mee, die valt in box 1. Schulden mag u aftrekken, maar alleen boven een drempel, daar kom ik verderop op terug.

De peildatum is 1 januari. De Belastingdienst kijkt naar uw saldo op die ene dag en niet naar het gemiddelde over het jaar. Hebt u op 31 december nog een hoog saldo omdat de keuken pas in januari wordt betaald, dan telt dat hele bedrag mee.

De bedragen en percentages in deze tekst gelden voor belastingjaar 2025 en worden jaarlijks aangepast. Controleer ze op de site van de Belastingdienst voordat u een besluit neemt. Het stelsel zelf is bovendien in beweging, want er ligt een voornemen om box 3 op termijn om te zetten naar heffing over het werkelijke rendement.

Hoeveel belasting op spaargeld betaalt u

Over spaargeld boven het heffingsvrij vermogen betaalt u in 2025 effectief ongeveer 0,52% per jaar. Dat getal komt uit twee percentages. De Belastingdienst gaat uit van een fictief rendement van 1,44% op spaargeld, en over dat rendement geldt een tarief van 36%. Samen is dat 1,44% maal 36%, ofwel 0,5184%.

Het fictieve karakter is belangrijk. Staat uw geld op een rekening die 3% rente geeft, dan rekent de Belastingdienst toch met 1,44%. Staat het op een rekening die 0,5% geeft, dan ook. Wat u werkelijk verdient, speelt voor spaargeld in de standaardberekening geen rol.

De rekensom is eenvoudig voor iemand die alleen spaargeld heeft. Trek 57.684 euro af van uw saldo op 1 januari, vermenigvuldig het restant met 1,44% en daarna met 36%. Per 10.000 euro boven de vrijstelling is dat ongeveer 52 euro.

Wie een rente ontvangt die lager is dan het fictief rendement, kan onder voorwaarden bezwaar maken en het werkelijke rendement laten gelden. Dat heet de tegenbewijsregeling. Voor de meeste spaarders is dat zelden aantrekkelijk, omdat de rente op een spaarrekening vaak boven 1,44% ligt. Bij beleggers met verlies ligt dat anders, maar dat valt buiten deze gids.

Rekenvoorbeelden bij 50.000, 100.000 en 200.000 euro

Rekenvoorbeelden bij 50.000, 100.000 en 200.000 euro

Een alleenstaande die uitsluitend spaargeld heeft en geen schulden, komt op de volgende bedragen uit.

Spaargeld op 1 januari Boven heffingsvrij vermogen Belasting per jaar
50.000 euro 0 euro 0 euro
100.000 euro 42.316 euro circa 219 euro
200.000 euro 142.316 euro circa 738 euro

Bij 50.000 euro blijft u onder de vrijstelling. U betaalt niets, al kan het bedrag nog wel in de aangifte staan.

Bij 100.000 euro is het belastbare deel 42.316 euro. Daarover rekent de Belastingdienst 1,44% fictief rendement, ongeveer 609 euro. Daarvan gaat 36% naar de fiscus, dus circa 219 euro.

Bij 200.000 euro is het belastbare deel 142.316 euro. Het fictief rendement bedraagt dan ongeveer 2.049 euro en de belasting circa 738 euro. Verdubbelt uw spaargeld van 100.000 naar 200.000 euro, dan verdriedubbelt de belasting ruim, omdat de vrijstelling een vast bedrag is.

Het stel in Utrecht uit mijn eigen kennissenkring had 140.000 euro op de spaarrekening, bedoeld voor een keuken en een buffer. Samen hebben zij 115.368 euro vrij, dus blijft 24.632 euro over. Dat levert ongeveer 355 euro fictief rendement op en circa 128 euro belasting. Dat het bedrag zo laag uitviel, was voor hen de aanleiding om de keuken niet langer uit te stellen.

Fiscale partners en schulden

Fiscale partners tellen hun vrijstellingen bij elkaar op en mogen de grondslag daarna vrij onderling verdelen. Wie getrouwd is of samenwoont met een gezamenlijke huishouding, is meestal fiscaal partner. Voor spaargeld maakt de verdeling in de praktijk weinig uit, omdat het tarief voor iedereen gelijk is. Het gaat vooral om een juiste invulling van de aangifte, zodat de vrijstelling van beide partners volledig wordt benut.

Neem een stel met 200.000 euro spaargeld. Samen hebben zij 115.368 euro vrij, dus blijft 84.632 euro over. Het fictief rendement daarover is circa 1.219 euro en de belasting circa 439 euro. Dezelfde 200.000 euro bij een alleenstaande kost 738 euro. Het verschil is de tweede vrijstelling.

Schulden verlagen uw box 3 vermogen, maar pas boven een drempel. In 2025 is die drempel 3.800 euro per persoon, dus 7.600 euro voor partners samen. Heeft een stel een privélening van 15.000 euro, dan telt alleen de 7.400 euro boven de drempel mee als aftrek. De hypotheek op de eigen woning telt hier niet mee, want die woning valt buiten box 3.

In de praktijk blijkt dat vaak anders dan men verwacht. Veel mensen denken dat elke schuld aftrekbaar is en lopen daardoor tegen een lagere teruggave aan dan ze hadden gerekend. Maak bij een lening dus onderscheid tussen wat in box 1 en wat in box 3 valt. Bekijk meer artikelen over Spaargeld en belasting.

Spaargeld en toeslagen

Spaargeld en toeslagen

Voor toeslagen bepaalt de vermogensgrens uw recht, en de belasting speelt daarbij nauwelijks een rol. Zit u erboven, dan krijgt u de toeslag helemaal niet. Er is geen glijdende schaal.

De grens verschilt per toeslag. Bij zorgtoeslag ligt de grens voor een alleenstaande ruim boven de 140.000 euro, bij huurtoeslag aanzienlijk lager, rond de 38.000 euro per persoon. Voor partners gelden hogere grenzen. De exacte bedragen en de manier waarop uw vermogen voor toeslagen wordt vastgesteld, vindt u bij de Belastingdienst. Ook hier is de stand op 1 januari bepalend.

Een huurder met 39.000 euro op de spaarrekening kan daardoor een huurtoeslag van meerdere honderden euro's per maand mislopen, terwijl de box 3 heffing over dat bedrag nul euro is. Omgekeerd kan het lonen om een deel van het vermogen vóór de peildatum in te zetten voor iets dat u toch al wilde doen, zoals het aflossen van een lening of een geplande verbouwing.

Wijzigt uw vermogen of inkomen sterk, geef dat dan tijdig door. Krijgt u achteraf te veel toeslag, dan moet u het terugbetalen.

Slimme manieren om box 3 te verlagen

De meeste winst zit in het tijdig inzetten van geld dat toch al een bestemming heeft. Staat er op 1 januari 20.000 euro voor een keuken die in februari wordt geplaatst, dan betaalt u over dat bedrag belasting voor een uitgave die u gewoon had gedaan. Een uitgave voor de peildatum scheelt in dat geval ongeveer 104 euro. Plan grote aankopen dus bewust, maar koop nooit iets alleen om de belasting.

Een duur consumptief krediet aflossen loont bijna altijd. Kost een lening 7% rente en levert uw spaarrekening 2,5% op, dan werkt aflossen sterker dan sparen, nog los van de box 3 effecten. Let wel op de drempel voor schulden, want boven 3.800 euro per persoon geldt de aftrek.

Extra aflossen op de hypotheek haalt geld uit box 3, omdat de eigen woning daarbuiten valt. Het kost wel renteaftrek en liquiditeit. Een controller bij een middelgroot bedrijf die ik sprak, hield daarom bewust een buffer van een paar maanden vaste lasten aan en loste de rest af. Voor de omvang van zo'n buffer biedt het Nibud richtlijnen die bij uw situatie passen.

Voor zzp'ers geldt nog iets extra's. Een belastingreserve die op uw privérekening staat, telt als vermogen. Staat daar tegenover een openstaande belastingschuld, dan kan die als schuld meetellen, maar de drempel blijft gelden. Houd de reserve daarom zichtbaar gescheiden van uw eigen spaargeld.

Een lijfrente of pensioenpremie kan in box 1 aftrekbaar zijn en haalt geld uit box 3. Dat vraagt een lange horizon en goed advies, omdat het geld vastzit.

Het komt neer op één vraag. Wat heeft u op 1 januari op uw rekeningen staan en wat is daarvan al bestemd? Open vandaag uw jaaropgave of het banksaldo van afgelopen 1 januari, trek er 57.684 euro per persoon vanaf en reken met 0,52% door wat u betaalt. Ligt u dicht bij een toeslaggrens, bepaal dan nu welke uitgave u vóór de volgende peildatum kunt doen.

Veelgestelde vragen

Hoeveel spaargeld is belastingvrij?

In belastingjaar 2025 is 57.684 euro per persoon vrijgesteld, dus 115.368 euro voor fiscale partners samen. Dat is het heffingsvrij vermogen in box 3. Het bedrag wijzigt jaarlijks, dus kijk voor het actuele cijfer op de site van de Belastingdienst.

Moet ik belasting betalen over mijn spaargeld?

Alleen als uw vermogen op 1 januari boven het heffingsvrij vermogen uitkomt. Belasting over spaargeld wordt berekend over een fictief rendement van 1,44% (2025) tegen een tarief van 36%. Blijft u eronder, dan betaalt u niets, ook al ontvangt u rente.

Hoe weet de Belastingdienst hoeveel ik heb?

Banken en andere financiële instellingen geven jaarlijks uw saldo per 1 januari door aan de Belastingdienst. Die gegevens staan meestal vooraf ingevuld in uw aangifte. Controleer ze wel, want buitenlandse rekeningen, crypto of geld bij familie komen er niet altijd in terecht en moet u zelf opgeven.