Inflatie Nederland per jaar en hoe de cijfers tot stand komen
Van 2,7 procent in 2021 naar 10,0 procent in 2022. Ik loop de jaarcijfers langs, leg uit hoe het CBS het mandje samenstelt en waarom uw eigen inflatie afwijkt.
Een stel in Utrecht met een hypotheek liet mij vorig jaar hun huishoudboekje zien en vroeg waarom de landelijke inflatie in Nederland zo veel lager lag dan wat zij zelf aan de kassa merkten. Hun vraag is een goede ingang, want het officiële cijfer en uw eigen ervaring kunnen ver uit elkaar liggen. Hieronder eerst de jaarcijfers, daarna hoe die tot stand komen. Bekijk meer artikelen over Inflatie.
Inflatie in Nederland de afgelopen jaren
De jaarinflatie liep in korte tijd van gemiddeld naar extreem hoog en daarna weer terug. Volgens het CBS was de gemiddelde jaarinflatie in 2021 ongeveer 2,7 procent, in 2022 ongeveer 10,0 procent, in 2023 ongeveer 3,8 procent en in 2024 ongeveer 3,3 procent. Raadpleeg de CBS-site voor de definitieve cijfers en voor het lopende jaar, want die worden soms achteraf bijgesteld.
Die percentages tellen op elkaar op, en dat voelt zwaarder dan elk los jaar. Wie het prijsniveau van eind 2020 op 100 zet, komt na deze vier jaren uit op ongeveer 121. Een mandje boodschappen en vaste lasten van 100 euro kostte dus ruim 21 euro meer, ook al daalde de jaarinflatie na 2022 weer.
Dat verklaart waarom een inflatie van 3 procent in 2024 nog steeds pijn deed. Lage inflatie betekent dat prijzen langzamer stijgen. Ze worden niet goedkoper.
Ik maak het bedrag concreet. Een huishouden dat 3.000 euro per maand uitgeeft, had bij 10 procent inflatie een jaar later 300 euro per maand meer nodig voor precies dezelfde spullen. Dat is 3.600 euro per jaar, en alleen een loonstijging van dezelfde omvang haalt dat terug.
Hoe het CBS inflatie meet

Het CBS meet inflatie met de consumentenprijsindex, kortweg CPI, en die volgt de prijs van een vast mandje producten en diensten. Het mandje bevat wat Nederlandse huishoudens gemiddeld kopen, van brood en huur tot een knipbeurt, een energiecontract en een treinkaartje. Het CBS vergelijkt elke maand de prijs van dat mandje met dezelfde maand een jaar eerder, en het verschil is de inflatie.
Elk onderdeel telt mee naar zijn aandeel in de uitgaven. Een prijsstijging van 10 procent bij iets waar huishoudens veel geld aan kwijt zijn, zoals wonen en energie, duwt het totaal harder omhoog dan dezelfde stijging bij een product dat weinig kost. Het CBS stelt die gewichten bij op basis van wat huishoudens werkelijk uitgeven, zodat het mandje meebeweegt met veranderende gewoonten.
Voor de prijzen zelf gebruikt het CBS onder meer kassagegevens van winkels, naast prijzen die het zelf verzamelt. Zo komen er veel meer waarnemingen binnen dan met handmatig noteren mogelijk is. Lees ook Wat is inflatie en wat doet het met uw geld en koopkracht?.
Daarnaast bestaat er een Europese variant, de geharmoniseerde index, die volgens afgesproken regels over landen heen vergelijkbaar is. De centrale bank richt zich op die index, en De Nederlandsche Bank legt uit hoe dat past in het Europese beleid. De twee cijfers kunnen om die reden iets uit elkaar lopen. Nederlandse berichten over jaarinflatie gebruiken meestal de CPI.
Wat de cijfers drijft
De grootste uitschieter in 2022 kwam voor een belangrijk deel uit energie. Gas en elektriciteit vormen een groot deel van de vaste lasten, en toen de energieprijzen sterk stegen, trok dat de totale inflatie mee omhoog. Een gezin met een variabel energiecontract voelde dat bijna direct, terwijl iemand met een vast contract het effect later kreeg.
Voedsel en diensten vertonen een ander patroon. Boodschappen reageren op grondstof- en transportkosten, maar diensten zoals kappers, horeca en onderhoud volgen vooral de lonen, en lonen reageren traag. Dat is de reden dat de inflatie na een energiepiek vaak hardnekkig hoger blijft dan veel mensen verwachten.
Ook huren en belastingen verschuiven het gemiddelde. Een verhoging van accijnzen of een jaarlijkse huurindexering komt in het mandje terecht, ook al heeft die niets met de wereldmarkt te maken.
Wat uw persoonlijke inflatie is

Uw eigen inflatie hangt af van wat u koopt, en dat wijkt bijna altijd af van het gemiddelde mandje. Een zzp'er die vooral reist, tankt en een kantoor huurt, heeft een ander uitgavenpatroon dan een gepensioneerd stel dat veel thuis is en weinig reist. Het CBS-cijfer is een gemiddelde, en niemand is gemiddeld.
In de praktijk blijkt dat vaak anders dan het landelijke cijfer. Het Utrechtse stel had een hoge hypotheeklast die vastlag, maar besteedde een groot deel van het overige budget aan boodschappen en energie. Daardoor lag hun gevoelde inflatie boven het gemiddelde in het nieuws, ook al klopte dat gemiddelde.
Zo rekent u het zelf uit. Pak uw uitgaven van het laatste jaar, deel ze in vijf of zes groepen in en zoek per groep de prijsontwikkeling op bij het CBS. Weeg elke groep naar zijn aandeel in uw eigen budget. Het Nibud heeft referentiebudgetten waarmee u uw uitgavenpatroon kunt vergelijken.
Begin vandaag met één stap. Kijk wanneer uw inkomen voor het laatst is verhoogd en leg dat naast de cumulatieve prijsstijging van de afgelopen jaren. Is uw loon, uw tarief of uw pensioen minder gestegen dan uw eigen kosten, dan weet u precies hoeveel u bij moet vragen of moet inleveren.